Mijn winkelmand artikel(en) - € 0,00

U heeft geen producten in uw winkelwagen.

Subtotaal: € 0,00

Trostomaat - 1 plant

Meer afbeeldingen

Trostomaat - 1 plant

Beschikbaarheid: Op voorraad

€ 4,95

Hybride trostomaat - 1 plant


Deze tomaat heeft kleinere, ronde vruchten die ongeveer gelijktijdig aan een tros rijpen. Hou afhankelijk van de grootte 6-8 vruchten aan per tros. Pluk telkens de rijpe vruchten af. Tomaten die aan de plant gerijpt zijn smaken het beste. Wacht echter niet te lang, de vruchten kunnen barsten of rotten.


Vanaf dat de vruchten beginnen te kleuren mag je ze oogsten, leg deze op een luchtige plaats, ze sullen vanzelf doorkleuren.


Met de hand plukken is het beste, zorg dat het kroontje aan de vrucht blijft, dit bevordert de bewaring. Bewaar tomaten best op een koele en goed verluchte plaats, (bij voorkeur 12°C) niet in de ijskast!

Details

Plantafstand: 80 x 50 cm

Tomaten kunnen zowel onder beschutting als buiten geteeld worden. Het is echter aan te raden om ze in een serre te kweken. De serreteelt zal een veel grotere oogst opleveren en mooiere vruchten geven. Een buitenteelt is bovendien veel gevoeliger voor ziektes.

Om wortelproblemen te vermijden is een goede vruchtafwisseling noodzakelijk (1/4 jaar). Bij problemen met bodemmoeheid worden daarom best geënte planten geplant.

Uitplanten kan vanaf het moment dat de bodem voldoende opgewarmd is. (liefst boven 15°C)

In praktijk betekent dit dat meestal pas half april kan worden uitgeplant in de serre, in openlucht vanaf half mei. Bij een temperatuur lager dan 12°C zal immers een groeistilstand optreden. Vroeger planten betekent daarom niet dat je ook vroeger zult kunnen oogsten!

Tomaten houden van een zonnige, warme standplaats. De plant groeit op zowat elke grondsoort, zolang deze goed gedraineerd is en rijk aan organisch materiaal.

Geef bij voorkeur aangepaste meststoffen, met voldoende Kalium. Dit zorgt voor smaakvolle, stevige vruchten met een mooie kleur. Te veel stikstof geeft te weelderige (blad)groei en problemen met de vruchtzetting.

Zorg dat bij het planten de kluit +/- 1 cm boven de grond uitkomt. Plant de kluit zeker niet volledig onder de grond! Hierdoor vergroot de kans op voetrot.

Geef direct na het planten ruim water, (liefst verwarmd tot +/- 20°C) Giet niet over de plant. Giet niet rechtstreeks aan de voet van de plant, maar in een uitgegraven goot of een ingegraven pot ernaast.

Tomatenplanten worden klimmend gekweekt. In een serre worden ze het best gesteund door een touw.Draai de stengel regelmatig rond het touw zodat deze er rond groeit. Buiten wordt meestal gewerkt met stokken .

Zorg voor een luchtig klimaat, zodat de plant vlot kan verdampen en groeien. Dit vermindert bovendien de kans op schimmelziektes.

Tomaten zijn zelfbestuivers. Dit betekent dat de bloempjes met stuifmeel moeten worden bevrucht om te kunnen uitgroeien tot tomaten. In de natuur doet de wind, of insecten dit werkje. In een hobby-serre wordt echter best een handje geholpen. Het is daarom aangeraden om elke 1-2 dagen de planten even te 'schudden'. Tik hiervoor even tegen de steunstok of het touw zodat het stuifmeel in de bloempjes los komt. Doe dit best na de middag.

In elke bladoksel verschijnt bovendien telkens een nieuwe scheut, 'dief' genoemd. Die dieven moet je verwijderen. Verwijder ook steeds de blaadjes die soms aan het einde van een tros verschijnen.

Om een gelijkmatige groei en productie te verkrijgen moet je niet te veel vruchten tegelijk aan een plant laten. Bij vleestomaten worden best maximaal vier tot vijf vruchten per tros uitgroeien. Bij trostomaten zeven tot acht, afhankelijk van de grootte van de vrucht. Bij kerstomaten is trossnoei overbodig. Verwijder bovendien eventuele misvormde vruchten in een vroeg stadium.

Als de plant voldoende groeikracht heeft kunnen de onderste (vergeelde) bladeren verwijderd worden om een luchtiger klimaat te creëren. Verwijder maximaal blad tot onder de op dat ogenblik rijpende tros. Pas vanaf september is het zinvol blad te verwijderen om de trossen bloot te maken en zo de extra zonnewarmte te benutten om de vruchten te laten rijpen.

Normaal duurt de ontwikkeling van de vruchtzetting tot het afrijpen van de vruchten zo'n 6 (in de zomer) tot 8 weken (op het einde van de teelt). Aangezien het in de herfst steeds kouder wordt en verdere groei van de plant niet veel zin heeft kan je de groei beter tijdig stoppen zodat de plant nog voldoende energie heeft om de laatste vruchten te laten afrijpen. Dit kan het beste door de plant te toppen. Verwijder hiervoor het groeipunt boven de laatst bloeiende tros. In de serre wordt best getopt voor eind augustus. Deze kan je dan oogsten eind oktober. In open lucht wordt best getopt na 5 trossen, of +/- eind juli.

Problemen en ziektes •Neusrot: rotte plekken aan het uiteinde van de vruchten, doordat de plant te weinig vocht naar de vruchten kan voeren. Oorzaak is een te droge, te zoude bodem of te veel bemest of te weinig kalk in de bodem •aardappelziekte, of tomatenplaag (phytophthera) ◦bruine vlekken op bladeren, stengel en daarna de vruchten ◦komt vooral voor bij warme en vochtige omstandigheden wat je kunt doen: niet bovenop gieten, voldoende verluchten (laat altijd een kier in de serre, ook 's nachts), vermijdt contact met aardappelen, spuiten •Spint, witte vlieg, mineervlieg

Extra informatie

Buiten of binnen Buitenteelt, Binnenteelt, Binnen- en buitenteelt
Maand April, Mei, Juni
Artikelnummer TDB59